De stiksteek is een basissteek waarbij de naald omhoog komt, een korte afstand overbrugt en weer naar beneden gaat. Deze veelzijdige steek wordt gebruikt voor contouren, het invullen van vlakken en gedetailleerde lijnen in borduurwerk.
- Rijg je naald in en maak een knoopje aan de achterkant van je draad.
- Steek je naald van onder naar boven bij 1 en naar beneden bij 2.
- Dat was de eerste steek!
- Steek je naald naar boven bij 3 en weer terug naar beneden bij 2.





Borduurtip
Als je een curve gaat borduren maak je stiksteken dan een beetje kleiner, anders probeer je de stiksteken allemaal even groot te maken.
Wat is deze steek?
Wanneer gebruik je deze steek?
Gebruik de stiksteek voor duidelijke contouren, kleine details, letters, gezichten, randen en backstitch in kruissteekpatronen. Maak de steken korter in bochten en rond kleine vormen, zodat de lijn niet hoekig wordt.
Hoe maak je deze steek?
- Rijg je naald in en maak een knoopje aan de achterkant van je draad.
- Steek je naald van onder naar boven bij 1 en naar beneden bij 2.
- Dat was de eerste steek!
- Steek je naald naar boven bij 3 en weer terug naar beneden bij 2.
Veelgemaakte fouten
1. Er blijven kleine openingen tussen de steken. Steek steeds terug in het eindpunt van de vorige steek.
2. De steken zijn te lang in bochten. Maak kortere steken zodat de lijn rond blijft.
3. De draad wordt te strak aangetrokken. Dan trekt de stof en oogt de lijn gespannen.
4. Je gebruikt dezelfde steeklengte voor grote lijnen en kleine details. Pas de lengte aan op het motief.
5. Je volgt geen hulplijn bij letters. Een dunne wateroplosbare lijn helpt om tekst leesbaar te houden.
Uitgebreide uitleg
Definitie
De stiksteek is een basissteek waarmee je een gesloten, doorlopende lijn borduurt. Je werkt een stukje vooruit, komt verderop weer omhoog en steekt vervolgens terug naar het eindpunt van de vorige steek. Zo sluiten de steken zonder openingen op elkaar aan. In Engelstalige patronen heet deze toepassing vaak backstitch. De lijn is strakker en scherper dan een steelsteek en daardoor zeer geschikt voor contouren, tekst en kleine details. De steeklengte bepaalt hoe vloeiend bochten en vormen worden.
Wanneer gebruiken
Gebruik de stiksteek voor omtrekken, gezichten, letters, fijne lijnen, randen en details in kruissteekpatronen. Hij is handig wanneer een vorm duidelijk leesbaar moet zijn, bijvoorbeeld bij ogen, mondjes of kleine illustraties. Werk met korte steekjes voor kleine rondingen en met iets langere steekjes voor rustige rechte lijnen. Met donker garen kan een stiksteek een lichte vulling scherp omlijnen; met een passende kleur kan hij juist een subtiel detail toevoegen. Hij werkt op vrijwel alle borduurstoffen.
Veelgemaakte fouten
Openingen tussen de steken ontstaan als je niet precies in het eindpunt van de vorige steek terugsteekt. Te lange steken in een bocht maken een contour hoekig. Trek de draad niet te strak aan, want dan gaat de stof rimpelen en lijkt de lijn gespannen. Wisselende steeklengtes zijn bij letters en geometrische vormen vaak storend. Gebruik ook niet automatisch dezelfde lengte voor een groot vlak en een miniatuurdetail. Bij aftekenen met uitwasbare marker moet de lijn dun genoeg zijn om later niet zichtbaar te blijven.
Praktische tips
Begin met een lichte hulplijn en kies een steeklengte die past bij de kleinste bocht in het motief. Houd de stof in een ring en controleer na enkele steken of de lijn echt gesloten blijft. Werk rustig en steek telkens terug in hetzelfde gat of direct aan het eind van de vorige steek. Gebruik een scherpe naald voor dicht geweven stof. Bij kruissteek kun je de stiksteek pas aan het einde toevoegen, zodat hij de kleuren en kruissteken helder omlijnt.
























