De lange en korte festonsteek is variant op de gewone festonsteek. De Engelse naam is echter veel mooier: Rosette of Thorns! Deze prachtige steek is bij uitstek geschikt voor het maken van decoratieve borduursels.
- Maak een serie van vijf festonsteken. Zorg ervoor dat deze steken dicht naast elkaar liggen.
- Varieer de richting van de verticale lijnen. Je kunt bijvoorbeeld de eerste twee lijnen naar links borduren, de middelste recht, en de overige twee naar rechts. Echter, hier zijn geen strikte regels voor. Doe vooral wat jij mooi vindt!





Borduurtip
Wil je een hele rij lange en korte festonsteken maken? Zorg ervoor dat de series van vijf enigszins uit elkaar liggen. Zo blijft de karakteristiek doornige vorm zichtbaar in het patroon!
Wat is deze steek?
Wanneer gebruik je deze steek?
Gebruik de lange en korte festonsteek voor sierranden, botanische accenten en decoratieve lijnen waar je een speels, stekelig effect wilt. Laat tussen herhalingen genoeg ruimte zodat de vorm zichtbaar blijft.
Hoe maak je deze steek?
- Maak een serie van vijf festonsteken. Zorg ervoor dat deze steken dicht naast elkaar liggen.
- Varieer de richting van de verticale lijnen. Je kunt bijvoorbeeld de eerste twee lijnen naar links borduren, de middelste recht, en de overige twee naar rechts. Echter, hier zijn geen strikte regels voor. Doe vooral wat jij mooi vindt!
Veelgemaakte fouten
Wissel de lange en korte steken consequent af.
Zet de groepen niet te dicht op elkaar, anders verdwijnt de doornachtige vorm.
Trek de draad niet te strak aan, want dan wordt de rand plat.
Uitgebreide uitleg
Definitie
De lange en korte festonsteek is een variant op de festonsteek waarbij je afwisselend een langere en een kortere lus borduurt. De lussen worden langs één rand vastgezet, waardoor een ritmische rand ontstaat die aan tandjes, blaadjes of kleine golven kan doen denken. Het verschil in lengte geeft de steek meer beweging dan een gewone, gelijkmatige festonrand en maakt hem aantrekkelijk voor decoratief vrij borduurwerk.
Wanneer gebruiken
Gebruik deze steek langs bloembladeren, gebogen randen, applicaties of als sierlijke omlijsting van een klein motief. Hij is vooral mooi wanneer een rand niet strak en recht hoeft te zijn, maar een natuurlijk ritme mag hebben. Op een botanisch ontwerp kan de afwisseling de indruk van nerven of kleine blaadjes geven. Werk hem op stof die stevig genoeg is om de lussen mooi te dragen.
Veelgemaakte fouten
Als het verschil tussen lang en kort te klein wordt, verdwijnt het kenmerkende ritme en lijkt de steek op een gewone festonsteek. Maak de verschillen ook niet willekeurig; dan oogt de rand onrustig. Te hard aantrekken vervormt de lussen en trekt de stof samen. Let er bovendien op dat de vaste rand op gelijke hoogte blijft, zeker wanneer je een lange, zichtbare boord borduurt.
Praktische tips
Teken vooraf een lichte basislijn en markeer om en om een lang en kort punt. Oefen een paar herhalingen om een prettige verhouding te vinden. Houd de lus tijdens het vastzetten met je duim op zijn plek, zodat hij niet verschuift. Kies een glad garen dat goed door de stof loopt en werk in een ring; zo blijft de rand vlak en kun je de vorm goed volgen.










